Klif in Nieuw-Zeeland valt in zee

Geplaatst op dinsdag 16 februari 2016   |   6 reacties
preview_image
De rotsblokken kukelen zo de zee in | Beeld Twitter / ‏@twieberneit

De grond beefde, de huizen trilden en de aarde verschoof. In Nieuw-Zeeland was dit weekend een krachtige aardbeving te voelen. Een klif stortte daarbij zo de zee in!

Het was even schrikken voor de inwoners van Christchurch, een grote stad in Nieuw-Zeeland. Vijf jaar geleden vond daar een heel zware aardbeving plaats. Er vielen toen bijna tweehonderd doden en veel gebouwen stortten in.

Vallende rotsblokken
Ondanks de zware beving dit weekend vielen er dit keer geen slachtoffers. Ook de gebouwen bleven staan. Alleen net buiten Christchurch, aan de kust, gebeurde iets bijzonders. Een hele klif stortte daar zo de zee in!

De rotsblokken kukelden zo het water in. Dat levert spectaculaire beelden op:

Jasper weinans zei op 31 maart 2016, 16:20:

wow!!!

Rozie zei op 26 februari 2016, 19:41:

WOW AARDBEVING WAT ERG IK WORT ER GEK VAN!!!!!!!!!

👾pac man zei op 19 februari 2016, 08:54:

Lol😀 maar ook zielig😧

Itsgwnmy zei op 18 februari 2016, 17:06:

zal daar nie graaag staan

Anoniem zei op 17 februari 2016, 15:03:

heei ik heb daar ook gewoond in new zeeland nu woon ik in utrecht hihih

DAT ENNE JONGETJE OM DE HOEK zei op 17 februari 2016, 11:27:

Dan moet je maar niet op (of bij) nu klif staan

Wat vind jij? Laat je reactie achter
Let op:
Je reactie wordt door de redactie eerst gelezen. Reacties met onbehoorlijke taal of waarin e-mailadressen, telefoonnummers en adressen staan worden verwijderd.
Plaats een Scoop
  • Test scoop 1
  • Test scoop 2
  • Test scoop 3
  • Test scoop 4
  • Test scoop 5
  • Test scoop 6
  • Test scoop 7
Spelletje spelen?
preview_image
Formula Racer
Mop van de dag
Een suikerklontje botst op een aardbei zodat de aardbei onder de suiker zit. Dan valt de aardbei in een hakmachine. Wat krijg je dan?
Antwoord: Jam.
Het antwoord is?
Poll
Voor wie ga jij juichen tijdens het EK?

Voor wie ga jij juichen tijdens het EK?

Total votes: 228